Een korte kennismaking

Dit is mijn zesde artikel voor Dizzie, een ander artikel dan waaraan ik heb gerefereerd in mijn vorige artikel. Het verhaal over een huisarts die alles verliest, maar door een wonder weer iets heeft om voor te leven, zal ik volgende week publiceren.

Dizzie stelde mij voor om iets over mijn ervaringen als auteur te vertellen en na 5 misdaadartikels wil ik hier graag gehoor aan geven, al schrijf ik nog steeds liever over crime...

ED Vermeulen, staat voor Esther Danielle Vermeulen, ik ben auteur van een detectiveroman-reeks met de naam Bureau MaRiT. Ik heb economie gestudeerd en werk parttime op de afdeling financiën van een IT-bedrijf, waar ik het erg naar mijn zin heb. Ik heb een gezin en 2 katten en ik streef ernaar om elk jaar een detective te schrijven, maar of dat gaat lukken?

Bureau MaRiT is geen thriller, maar een detectiveroman, en wordt wel vergeleken met de boeken van A.C. Baantjer of The No. 1 Ladies’ Detective Agency van Alexander McCall Smith.

Het is een verhaal over een vrouwelijke privédetective in Rotterdam, die samen met haar broer een detectivebureau runt. De verhalen zijn fictief maar waarheidsgetrouw, met mensen die je zomaar op straat zou kunnen tegenkomen en situaties die levensecht zouden kunnen zijn. De hoofdpersoon, Marit Johansen, is een vrijgezel van rond de 40, die naast een enerverende baan als zelfstandig ondernemer, ook gewoon een huishouden moet runnen.

Marit houdt van uitdaging, heeft een roerig liefdesleven, houdt van een glaasje wijn op z'n tijd en is erg gedreven in wat zij doet, soms gaat zij daarin heel ver waardoor zij in benarde situaties belandt. Op detectivebureau Bureau MaRiT is het hollen of stilstaan, soms is het druk en soms erg rustig, zodat de verhalen in het boek door elkaar heen lopen, maar wel altijd een kop en een staart hebben.

De boeken zijn los van elkaar te lezen, lekker op de bank met een goed glas wijn, misschien iets sterkers bij mijn laatste boek... Dat is in ieder geval mijn uitgangspunt, spannend en ontspannend, met een lach en een traan en vlot te lezen.

Mijn research bestaat uit het lezen van vakgerichte literatuur, het kijken naar misdaaddocumentaires en het bezoeken van de plaatsen waar de verhalen zich afspelen, vaak samen met mijn (stief)vader zodat we er een leuk uitje van kunnen maken. De laatste tijd mag ik daar interviews met rechercheurs uit verschillende vakgebieden aan toevoegen. Het is niet mijn bedoeling om de lezer van Bureau MaRiT achter te laten met hetzelfde sombere gevoel dat ik altijd heb als ik naar echte misdaad kijk. Naar de verhalen van (zinloos) geweld, wreedheid, verdriet en onbeschrijfelijk leed bij de nabestaanden om een door een misdrijf om het leven gekomen familielid.

Echte misdaad is niet interessant, spannend of dynamisch. Misdaadfilms of series zijn veelal geromantiseerd, maar voor de misdaadbestrijders in het echte leven is het soms een kwestie van leven of dood. Thuis spreekt een politieagent zelden over zijn ervaringen op het werk. Het is een plaats waar hij of zij de ellende op straat even kan vergeten, om er de volgende morgen en de morgen daarop weer met hernieuwde energie tegenaan te kunnen gaan.

Daarom vind ik het ook zo bijzonder dat rechercheurs de tijd voor mij hebben genomen om iets over hun werk te vertellen. Voor het vijfde deel van Bureau MaRiT bijvoorbeeld, waarin het draait om een zedenzaak, mocht ik een interview afnemen met een rechercheur zedenzaken. Het is een openhartig en leerzaam gesprek, waarin ook de rechercheur haar gevoelens ten opzichte van zedendelinquenten laat blijken, maar altijd professioneel blijft als het om haar werk gaat. Zij vertelt over de gewoontes en werkwijze van een pedofiel, over tieners met liefdesproblemen, die een valse aangifte doen omdat ze bang zijn voor de reactie van hun ouders. Zedenzaken is een ruim gebied met daders en slachtoffers, die allemaal op een eigen wijze moeten worden benaderd.

Ik heb diep respect voor deze mensen, die binnen de regels van de wet hun uiterste best doen om de samenleving een veiliger plaats te laten zijn voor ons en onze kinderen.

Een hele happening, vond ik. Een blik achter de schermen bij de Forensische Opsporing. Een boeiend vakgebied, waar ze met onconventionele middelen de misdaad bestrijden. Een wereld van microscopen, luminol - een goedje dat oplicht in het donker als er bloedvlekken op het materiaal zitten - filters, kasten vol potten met chemische inhoud, beenderen in alle soorten en maten, behandelruimtes waar de lucht wordt gefilterd om vervuiling tegen te gaan, heel veel instrumenten en speciale kleding, kortom teveel om op te noemen. Onlangs was er een overval in Rotterdam en het bewijsmateriaal, de bebloede overhemden, hing te drogen in een soort machine, die de kleren ook kon wassen als de familieleden de kleding terug wilde hebben. De rechercheur die mij rondleidde, sprak met respect over zijn werk en over zijn collega’s. Het is geen kantoorbaan van 9 tot 5, met regelmatige koffiepauzes tussendoor. Het werk gaat dag en nacht door en ook in het weekend laat de misdaad niet op zich wachten. Daardoor ontstaat er een gemeenschappelijke band, een verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van een samenleving die onwetend is van hetgeen er achter de schermen gebeurt. Zonder uitzondering zijn de rechercheurs met wie ik heb mogen spreken allemaal trots op hun werk en dat is mooi om te horen. Het is een beroep waarmee je te maken krijgt met de onderkant van de samenleving.

Deze zomer mocht ik, dankzij een trouwe lezer van Bureau MaRiT, kennismaken met de Havenpolitie Rotterdam en mocht ik een dagje meevaren met hem en drie collega’s. Het was een zonnige dag en er was veel recreatieverkeer op het water. Er werden wat waarschuwingen uitgedeeld want ook op het water is er een hoop gaande, grote containerschepen varen over dezelfde rivier als kleine jachten, waardoor er strikte regels moeten worden nageleefd. We voeren langs de Botlek, een plaats waar een terroristische aanslag grote schade kan aanrichten, maar de politie dag en nacht waakzaam is. Een gedenkwaardige dag met rechercheurs die een verhaal te vertellen hebben en ook nu weer stuk voor stuk trots zijn op het werk wat zij doen. Als afsluiting brachten we nog een bezoekje aan het Noordereiland, waar het bureau van Marit Johansen is gehuisvest. Het adres viel de heren van de Havenpolitie een beetje tegen en zij vonden dat Marit maar snel moest verhuizen naar een wat hippere plek.

Kortom, stuk voor stuk ontzettend leuke ervaringen, die ik dankzij mijn schrijven rijker ben geworden en die ik wellicht kan gebruiken in een volgend verhaal.

Rest mij te zeggen dat ik dankbaar ben voor de tijd die de recensenten in Bureau MaRiT hebben gestoken om het boek te lezen en te beoordelen. Hopelijk hebben ze ervan genoten en als dat niet het geval is, dan is dat jammer maar een risico van het vak. Schrijven is kritisch zijn op jezelf en accepteren dat iemand anders dat ook is, ervan uitgaand dat het objectief gebeurt. Zoveel mensen, zoveel meningen. Ik probeer altijd dicht bij mezelf te blijven, maar de nodige serieuze feedback neem ik graag ter harte.

Dus bij deze, bedankt voor het lezen!

Esther

Reactie toevoegen