De bizarre dood van Peter Siemons

Bureau MaRiT 5

PROLOOG

De man wierp een nerveuze blik over zijn schouder. Niemand te zien. Zijn verbeelding speelde hem weer eens parten, maar toch versnelde hij zijn pas. Nog even en dan zou hij de wat saaie woonwijk bereiken, waar hij zich kon terugtrekken in de beslotenheid van zijn huurflat. Haastig vervolgde hij zijn weg.

Zo ging het nu al anderhalve week, hetzelfde gevoel in dezelfde straat.Er was niks aan de hand als hij vanaf het kantoor waar hij werkte in het centrum van Rotterdam naar de metrohalte liep. Of tijdens de reis met het openbaar vervoer. Maar altijd daarna, tijdens zijn wandeling vanaf de bushalte in Oud-­‐IJsselmonde naar zijn woning in de Beverwaard. Wat mankeerde hem toch?

De laatste twee weken had hij de omgeving nauwlettend in de gaten gehouden, maar behalve een toevallige scholier die hem op de fiets passeerde en die net als hij voor de alternatieve route koos, was er niemand in de buurt. Deze week had hij zich al diverse keren voorgenomen om af te wijken van zijn dagelijkse routine, zodat hij direct voor de deur kon uitstappen, maar gewoontegetrouw was hij dan toch weer in de metro naar Kralingse Zoom beland, zodat de bus naar IJsselmonde het enige alternatief was. Op zo’n moment kreeg hij bijna een hekel aan zichzelf. Waarom kon hij niet langer genieten van zijn dagelijkse wandeling door het beboste stukje niemandsland, waardoor hij ontspanning vond na een lange werkdag. Het verrassende stukje natuur dat de twee drukke Rotterdamse wijken van elkaar scheidde, was de reden dat hij nog steeds in de Beverwaard woonde, een wijk die merendeels door allochtonen werd bevolkt. Al bijna tien jaar woonde hij er nu, sinds hij van baan was veranderd en noodgedwongen had moeten verhuizen. En al bijna tien jaar maakte hij dezelfde wandeling, behalve als het noodweer was en hij gedwongen werd een andere route te kiezen.

Onrustig stopte hij zijn handen dieper in de zakken van zijn dunne jack, maar hij vertraagde zijn pas niet.